Kanaal Z: De reeks Z-Mediation onder de loep
Onlangs kwam ik op Kanaal Z de nieuwe reeks Z-Mediation tegen. Mijn interesse werd, als medewerker van een incassobureau, meteen gewekt. Minnelijke invordering is namelijk onze expertise. Met enige verbazing constateerde ik echter dat de volledige reeks gebaseerd was op het werk van gerechtsdeurwaarders. Mediation, bemiddeling, kon ik namelijk niet meteen linken aan het ambt van gerechstdeurwaarders. De episode ‘Minnelijk invorderen 13/09/21’ wordt als volgt door Kanaal Z ingeleid: “In ons land kunnen verschillende partijen schulden minnelijk invorderen. Gerechtsdeurwaarder Barbara Strobbe vertelt waarom bedrijven met onbetaalde facturen best bij een gerechtsdeurwaarder aankloppen.” Dat klinkt als goede marketing van deurwaarders, maar ik was toch benieuwd naar het betoog van mevrouw Strobbe.

Tegenwind
Achteraf verbaasde ik me niet over de eerder negatieve connotatie waarmee mevrouw Strobbe de incassosector omkadert, we zijn immers rechtstreekse concurrenten van gerechtsdeurwaarders die ook het minnelijke luik naar hen toe wensen te trekken. Enige kritische noot lijkt in dit betoog echter wel te ontbreken, en wij geven dan ook graag de nodige constructieve tegenwind inzake de punten die mevrouw Strobbe tijdens deze episode aanhaalt. Wat die tegenwind dan zou kunnen zijn?
Gerechtelijk of minnelijk?
Als eerste essentiële element dient er een onderscheid te kunnen worden gemaakt tussen het gerechtelijke en minnelijke werk van een gerechtsdeurwaarder, als dat überhaupt al kan. Onder andere Test-Aankoop stelt terecht de vraag of “consumenten niet meer geïntimideerd zullen zijn door de figuur van de gerechtsdeurwaarder, ze niet langer verward gaan zijn door het feit dat een gerechtsdeurwaarder ook in het kader van niet-gerechtelijke procedure schulden kan invorderen, dat er voor kan worden gezorgd dat consumenten hierdoor geen ongeoorloofde druk ondervinden. (…) Volgens Test-Aankoop wordt die mogelijkheid beter geschrapt”. Dat dit onderscheid niet zo makkelijk te maken valt, zelfs niet voor deurwaarders, blijkt evenzeer uit de uitleg van mevrouw Strobbe. Zij haalt namelijk aan dat incassobureaus partijdig zijn en enkel werken voor crediteuren, voor de partij die hen inschakelt. Maar dat geldt evenzeer voor gerechtsdeurwaarders, tenminste wanneer zij minnelijk invorderen en dus geen dagvaarding betekenen of vonnis uitvoeren. Ik begrijp echter de verwarring van mevrouw Strobbe. Wanneer zij werkzaam is als openbaar en ministerieel ambtenaar, dient zij namelijk inderdaad onpartijdig te zijn en mag zij in die hoedanigheid geen opdracht aannemen van een crediteur. Maar dan hebben we het ook niet over minnelijk invorderen. Bij minnelijke invordering vervullen zij dezelfde rol als een incassobureau.
Menselijke invordering
Wanneer er wordt gepolst naar het verschil in aanpak, lijkt mevrouw Strobbe te insinueren dat minnelijke invordering via gerechtsdeurwaarders menselijker verloopt. Contact, en dan voornamelijk plaatselijk contact, zou centraal staan. Tegelijk geeft ze wel toe dat dit een groot werkpunt is, en dat de meeste klachten die de ombudsdienst behandelt over miscommunicatie zouden gaan? Test-Aankoop berichtte hier eerder over dat “sinds de Wet Minnelijke Invordering het aantal problemen met incassobureaus is verminderd, maar dat de problemen met gerechtsdeurwaarders die aan minnelijke invordering doen, blijven bestaan en zelfs toenemen”. Daarnaast gaan evenzeer medewerkers van incassobureaus ter plaatse om debiteuren te bezoeken en zo een beter (in)zicht te krijgen inzake de situatie en om te bemiddelen. Het solvabiliteitsonderzoek via databanken (bvb. RSZ, Centraal Bestand van Beslagberichten,…) dat mevrouw Strobbe aanhaalt kan zij bovendien enkel uitvoeren bij (intentie tot) dagvaarding, dus opnieuw buiten de minnelijke procedure om. Ik stel mij evenzeer vragen bij de actie van het beslag leggen en/of de gedwongen verkoop waar zij vluchtig naar verwijst. Wederom gaat het hier om een gerechtelijke en zeker geen minnelijke actie, en is het sop de kool vaak niet waard gezien de opbrengst veelal integraal naar de deurwaarder gaat om diens kosten te dekken. De crediteur blijft daarbij in de kou staan, maar ook de debiteur is hier niet bij geholpen. Zijn schulden stapelen immers op, en de gelden/goederen die hij heeft, worden opgesoupeerd aan gerechtskosten.
Kostprijs
Mevrouw Strobbe lijkt ook te insinueren dat een incassoprocedure kostelijker is voor de debiteur dan een deurwaardersprocedure. Ze vertelt hierover o.a. het volgende: “de kost van een incassobureau valt ook ten laste van de schuldenaar indien dit zo werd overeengekomen”. We kunnen veel van mevrouw Strobbe leren op gebied van retoriek, bovenstaande formulering is dan ook subliem. Wettelijk gezien klopt haar uitspraak echter niet. Voor B2C zaken verwijs ik naar “Art. 5.: Het is verboden aan de consument enige vergoeding te vragen, anders dan de overeengekomen bedragen in de onderliggende overeenkomst in geval van niet-naleving van de contractuele verbintenissen.” (20 DECEMBER 2002. – Wet betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument.) Makkelijker gezegd: een incassobureau mag geen extra kosten opleggen voor de invordering van deze soort schuld, anders dan de interesten/kosten innen die contractueel zijn bepaald. Voor B2B zaken lezen we het volgende in “Art. 6.[1 Als er verwijlintrest overeenkomstig de bepalingen van deze wet verschuldigd is, heeft de schuldeiser van rechtswege en zonder ingebrekestelling recht op de betaling van een forfaitaire vergoeding van 40 euro voor de eigen invorderingskosten. Bovenop dit forfaitaire bedrag heeft de schuldeiser recht op een redelijke schadeloosstelling voor alle andere invorderingskosten welke dat vaste bedrag te boven gaan en die ontstaan zijn door de laattijdige betaling, hierin begrepen de rechtsplegingvergoeding overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek.]1”(2 AUGUSTUS 2002. – Wet betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties). In principe zou het dus voor deze zaken wel mogen, maar wordt het in praktijk amper of niet gedaan. In realiteit wordt dit dus zo goed als nooit zo overeengekomen. Ook TCM Belgium vordert geen incassokost in bij een debiteur, enkel de kosten en interesten conform contractuele of wettelijke voorwaarden worden gevorderd. Het komt ook vaak voor dat kosten en/of interesten worden kwijtgescholden door de crediteur. Deurwaarderskosten in een gerechtelijke deurwaardersprocedure worden echter wél steeds aangerekend, zowel in B2B als in B2C zaken, bovenop de kosten en interesten, zijn steeds voor de debiteur om te betalen, gaan altijd éérst naar de deurwaarder, en zijn niet forfaitair (in percentages) berekend. Voor kleine schulden (vaak dus B2C schulden) is dat forfaitair bedrag aan de hoge kant. Het komt ook vaak voor dat beslag wordt gelegd op of verkopen worden geregeld voor goederen die in marktwaarde nog weinig voorstellen en die dus voor een appel en een ei over de toonbank gaan. Op die manier wordt de schuld zeker niet opgelost.
Gelijk(w)aardig
De FOD Economie controleert incassobureaus, maar hebben (nog) geen autoriteit om gerechtsdeurwaarders die aan minnelijke invordering doen te controleren. Dat dit in praktijk echt wel nodig is, blijkt uit het wetsvoorstel dat mevrouw Strobbe zelf aanhaalt in haar betoog. In dat wetsvoorstel (tot wijziging van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, teneinde misbruiken tegen te gaan) wordt inderdaad gesproken over het plafonneren van de invorderingskosten, maar voorziet evenzeer een aanpassing op de controle van advocaten en gerechtsdeurwaarders die aan minnelijke invordering doen. Die controle zou ook weggelegd worden voor de FOD Economie, zodat alle partijen die aan minnelijke invordering doen door hetzelfde controleorgaan worden opgevolgd. De gerechtsdeurwaarders zijn echter nogal gekant tegen deze maatregel.
Conclusie
In het algemeen valt het mij vooral op dat het in deze aflevering eigenlijk amper gaat over minnelijke invordering, nochtans de titel van de episode, maar eerder over de activiteiten van de gerechtsdeurwaarder. En dan eigenlijk zelfs doorgaans niet over hun minnelijke maar eerder gerechtelijke acties. Voor meer info inzake de overeenkomsten en verschillen tussen de werking van een incassobureau, een advocaat, en een gerechtsdeurwaarder, verwijs ik graag naar volgend artikel. 28/10/2021
Related News

Samsonite int via TCM – Getuigenis
- mei 18, 2016
- Kim Rutten

Incasso in China
- juli 20, 2016
- Kim Rutten

Op wie kan ik beroep doen bij onbetaalde facturen?
- oktober 31, 2016
- Kim Rutten