Wetsvoorstel tegen ‘schuldindustrie’ pleit in feite vóór incassosector

Heel wat politici nemen maar wat graag het woord ‘schuldindustrie’ in de mond (zie bvb.ons gedachtover hetwetsvoorsteltot wijziging van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, teneinde misbruiken tegen te gaan). Het is namelijk populair om te revolteren tegen deincassosectoren zich zo te profileren als bestrijder van armoede, net zoals het indienen van talrijke (gerecycleerde) wetsvoorstellen goed is voor de statistieken van desbetreffende politicus.

Heel wat wetsvoorstellen laten het echter na mensen in armoede te beschermen en verleggen slechts het probleem i.p.v. de basis te bestrijden. Wetsvoorstellen die niet doordacht of niet aan de praktijk getoetst worden, zorgen daarnaast voornamelijk voor tijdverlies en zijn dus allesbehalve kostenbestrijdend.

Verplichte oproeping in minnelijke schikking ter bestrijding van de schuldindustrie

Op 16/09/2019 diende John Crombez samen met Melissa Depraetere het ‘wetsvoorsteltot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat betreftde verplichte oproeping in minnelijke schikking ter bestrijding van de schuldindustrie’ in. Ik citeer: “Dit wetsvoorstel maakt een voorafgaande poging tot minnelijke schikking verplicht voor de invordering van een reeks geldschulden en bindt zo de strijd aan tegen de schuldindustrie”.Stof genoeg lijkt mij om wat stof te doen opwaaien van dit ondergestofte wetsvoorstel, want het zal de komende periode hoogstwaarschijnlijk in een nieuwe vorm weer opduiken.

Concreet wenst dit wetsvoorstel de verplichteminnelijke oproepingdie reeds voor sommige gevallen reeds bestaat (bvb. pachtzaken)te verruimen naar huurachterstallen, nutsvoorzieningen, ziekenhuiskosten, en schoolkosten.

“Sinds wanneer vallen deurwaarders en rechters wel onder de minnelijke noemer?”

Herinnert u zichnog hoe Hilde Crevits de wanbetalers van schoolfacturen wou ‘beschermen’ door, voor een kost van maar liefst min. 150 EUR/ dossier, het minnelijke proces/platform over te hevelen naar het door de overheid gesubsidieerde deurwaarderscollectief? Ze vergat hierbij echter datminnelijke incasso geen kost voor een wanbetaler met zich meebrengt, en dat heel wat bedenkingen kunnen gemaakt worden over de vraag of gerechtsdeurwaarders überhaupt aan minnelijke vordering kunnen/mogen doen.

John Crombez lijkt echter evenzeer een grote denkfout te maken, door te beweren dat de incassosector niet onder de minnelijke noemer valt terwijl 99% van onze vorderingen buitengerechtelijk worden opgelost. Beide politici schuiven in elk geval ‘oplossingen’ naar voren waar de incassosector de betrokken partijen net van wil behoeden: deurwaarders en rechtbanken.

Brussels, the palace of justice

Oproep voor minnelijke interventie

De gedachte dat men best eerstminnelijkeuitkomsten probeert te bekomen, is niet nieuw. Het is net de rol van het incassobureau als tussenspeler om via diensinterventiezo efficiënt en kostenbesparend een uitkomst te genereren inzake onbetaalde facturen.

Ik citeer het volgende uit zijn wetsvoorstel:

“De voordelen van een minnelijke schikking:

  • wie betaling moet verkrijgen, dient geen enkele gerechtskost voor te schieten;

  • wie moet betalen, krijgt er evenmin een gerechtskost bovenop: wat afbetaald wordt gaat netto naar de schuldeiser.

  • de vertrouwensrelatie (huurder, klant, abonnee, patiënt, ouder…) blijft intact door het wederzijds betoonde respect.”

De heer Crombez lijkt de mosterd van zijn campagne uit de pot van de salesmanager van een incassomanager te hebben gehaald. Dit zijn namelijk zeer concreet de voordelen die zowel crediteren als debiteuren genieten wanneer een minnelijke oplossing via een incassospeler wordt gegenereerd.

Maar dan citeer ik verder:

“Spijtig genoeg stelt de indiener van dit wetsvoorstel vast dat de vrijwillige poging tot minnelijke schikking in onbruik geraakt. Om de schuldindustrie een halt toe te roepen past het inzake de invordering van een aantal geldschulden de eiser te verplichten de verweerder op te roepen in minnelijke schikking.”

Bent u nog mee? Want dit gaf bij mij alvast enige kortsluiting… . Dus het inroepen van een incassobureau telt niet als minnelijke poging? Er dient zich effectief een rechter, ook al is het een vrederechter, te moeien in de zaak?  Meneer Crombez, sta het mij toe u erop te wijzen dat ertwee puntjes in uw herbruiktesalespitchontbreken: het besparen van tijd en het ontlasten van de rechtbanken.

Nieuw is dus zeker wel het idee dat de minnelijke weg tijdrovend zou worden. De crediteur zou worden verplicht de debiteur minnelijk op te roepen, maar de debiteur zou niet verplicht worden te verschijnen. In heel wat gevallen waarbij minnelijke oproeping reeds verplicht is (bvb. pachttwisten) ziet men in de praktijk reeds heel watno-shows. De uitkomst van deze interventie is dus vaak tijdverlies.

Conclusie

De heer Crombez is enkele weken geleden gestopt met zijn politieke carrière, maar dat belet natuurlijk niet dat politici dit voorstel in nog een andere vorm zullen recycleren.Misschien wordt het vooral eens tijd dat men stopt met de wetsvoorstelindustrie, en tijd spendeert aan de uitwerking van wetsvoorstellen dieschulden en armoede bij de wortels aanpakt.Het is gemakkelijk om de verantwoordelijk die bij de overheid zou horen te liggen doorschuift naar crediteuren, maar de rekening zal ooit wel aan de juiste partij gepresenteerd worden.

Vragen?


Heel wat politici nemen maar wat graag het woord ‘schuldindustrie’ in de mond (zie bvb.ons gedachtover hetwetsvoorsteltot wijziging van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument, teneinde misbruiken tegen te gaan). Het is namelijk populair om te revolteren tegen deincassosectoren zich zo te profileren als bestrijder van armoede, net zoals het indienen van talrijke (gerecycleerde) wetsvoorstellen goed is voor de statistieken van desbetreffende politicus.

Heel wat wetsvoorstellen laten het echter na mensen in armoede te beschermen en verleggen slechts het probleem i.p.v. de basis te bestrijden. Wetsvoorstellen die niet doordacht of niet aan de praktijk getoetst worden, zorgen daarnaast voornamelijk voor tijdverlies en zijn dus allesbehalve kostenbestrijdend.

Verplichte oproeping in minnelijke schikking ter bestrijding van de schuldindustrie

Op 16/09/2019 diende John Crombez samen met Melissa Depraetere het ‘wetsvoorsteltot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat betreftde verplichte oproeping in minnelijke schikking ter bestrijding van de schuldindustrie’ in. Ik citeer: “Dit wetsvoorstel maakt een voorafgaande poging tot minnelijke schikking verplicht voor de invordering van een reeks geldschulden en bindt zo de strijd aan tegen de schuldindustrie”.Stof genoeg lijkt mij om wat stof te doen opwaaien van dit ondergestofte wetsvoorstel, want het zal de komende periode hoogstwaarschijnlijk in een nieuwe vorm weer opduiken.

Concreet wenst dit wetsvoorstel de verplichteminnelijke oproepingdie reeds voor sommige gevallen reeds bestaat (bvb. pachtzaken)te verruimen naar huurachterstallen, nutsvoorzieningen, ziekenhuiskosten, en schoolkosten.

“Sinds wanneer vallen deurwaarders en rechters wel onder de minnelijke noemer?”

Herinnert u zichnog hoe Hilde Crevits de wanbetalers van schoolfacturen wou ‘beschermen’ door, voor een kost van maar liefst min. 150 EUR/ dossier, het minnelijke proces/platform over te hevelen naar het door de overheid gesubsidieerde deurwaarderscollectief? Ze vergat hierbij echter datminnelijke incasso geen kost voor een wanbetaler met zich meebrengt, en dat heel wat bedenkingen kunnen gemaakt worden over de vraag of gerechtsdeurwaarders überhaupt aan minnelijke vordering kunnen/mogen doen.

John Crombez lijkt echter evenzeer een grote denkfout te maken, door te beweren dat de incassosector niet onder de minnelijke noemer valt terwijl 99% van onze vorderingen buitengerechtelijk worden opgelost. Beide politici schuiven in elk geval ‘oplossingen’ naar voren waar de incassosector de betrokken partijen net van wil behoeden: deurwaarders en rechtbanken.

Brussels, the palace of justice

Oproep voor minnelijke interventie

De gedachte dat men best eerstminnelijkeuitkomsten probeert te bekomen, is niet nieuw. Het is net de rol van het incassobureau als tussenspeler om via diensinterventiezo efficiënt en kostenbesparend een uitkomst te genereren inzake onbetaalde facturen.

Ik citeer het volgende uit zijn wetsvoorstel:

“De voordelen van een minnelijke schikking:

  • wie betaling moet verkrijgen, dient geen enkele gerechtskost voor te schieten;

  • wie moet betalen, krijgt er evenmin een gerechtskost bovenop: wat afbetaald wordt gaat netto naar de schuldeiser.

  • de vertrouwensrelatie (huurder, klant, abonnee, patiënt, ouder…) blijft intact door het wederzijds betoonde respect.”

De heer Crombez lijkt de mosterd van zijn campagne uit de pot van de salesmanager van een incassomanager te hebben gehaald. Dit zijn namelijk zeer concreet de voordelen die zowel crediteren als debiteuren genieten wanneer een minnelijke oplossing via een incassospeler wordt gegenereerd.

Maar dan citeer ik verder:

“Spijtig genoeg stelt de indiener van dit wetsvoorstel vast dat de vrijwillige poging tot minnelijke schikking in onbruik geraakt. Om de schuldindustrie een halt toe te roepen past het inzake de invordering van een aantal geldschulden de eiser te verplichten de verweerder op te roepen in minnelijke schikking.”

Bent u nog mee? Want dit gaf bij mij alvast enige kortsluiting… . Dus het inroepen van een incassobureau telt niet als minnelijke poging? Er dient zich effectief een rechter, ook al is het een vrederechter, te moeien in de zaak?  Meneer Crombez, sta het mij toe u erop te wijzen dat ertwee puntjes in uw herbruiktesalespitchontbreken: het besparen van tijd en het ontlasten van de rechtbanken.

Nieuw is dus zeker wel het idee dat de minnelijke weg tijdrovend zou worden. De crediteur zou worden verplicht de debiteur minnelijk op te roepen, maar de debiteur zou niet verplicht worden te verschijnen. In heel wat gevallen waarbij minnelijke oproeping reeds verplicht is (bvb. pachttwisten) ziet men in de praktijk reeds heel watno-shows. De uitkomst van deze interventie is dus vaak tijdverlies.

Conclusie

De heer Crombez is enkele weken geleden gestopt met zijn politieke carrière, maar dat belet natuurlijk niet dat politici dit voorstel in nog een andere vorm zullen recycleren.Misschien wordt het vooral eens tijd dat men stopt met de wetsvoorstelindustrie, en tijd spendeert aan de uitwerking van wetsvoorstellen dieschulden en armoede bij de wortels aanpakt.Het is gemakkelijk om de verantwoordelijk die bij de overheid zou horen te liggen doorschuift naar crediteuren, maar de rekening zal ooit wel aan de juiste partij gepresenteerd worden.

Vragen?


Our Partners

We are recommended by the following Belgian business federations