Hoe België bedrijven met schulden wil beschermen (en hoe schuldeisers daarbij vaak worden vergeten): het moratorium op faillissementen vanwege corona, en de procedure voor gerechtelijke bescherming (WCO)

bankruptcy

In België bestaat er een heel arsenaal aan procedures ombedrijven met schuldentereddenvan hun ondergang, en dat kunnen we op eerste zicht enkel toejuichen. Onze ervaring als incassopartner leert ons echter dat de doorsnee schuldeiser vaak pas als laatste in de rij mag aanschuiven wanneer het op terugbetalingen aankomt. De overheid is in deze procedures een bevoorrechte schuldeiser, zodat zij geen risico neemt en eerder de rekening lijkt door te schuiven naar de andere schuldeisers. Wij nemen in dit artikel enkele (recente) aangepaste procedures onder de loep die door corona zeer actueel zijn:het moratorium op faillissementen, en deprocedure voor gerechtelijke bescherming (WCO).

Het moratorium op faillissementen

 

De wereldwijde coronacrisis liet in maart 2020 ook het hele Belgische bedrijfsleven op haar grondvesten daveren. De lockdown betekende voor veel bedrijven een gedwongen sluiting van onbepaalde duur. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bedrijven en particulieren deze crisis zonder al te grote kleerscheuren zouden overleven, nam onze overheid enkele maatregelen.

Denk aan de technische werkloosheid, financiële steun voor bedrijven die vanwege de lockdown hun inkomen zagen slinken, betalingsuitstel voor btw-aangiften, sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing, een soepelere kredietpolitiek, inperking van beslagen, en als sluitstuk de faillissementsstop oftewel hetmoratorium op faillissementen(KB nr. 15: tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis).

 

Op 24 april 2020 ging de opschorting bij Koninklijk Besluit in. De maatregel zou initieel lopen tot en met 17 mei 2020, maar werd in de eerste fase met 1 maand verlengd tot 17 juni 2020. Tijdens de tweede lockdown werd deze ingreep gereanimeerd tot en met afgelopen week 31 januari 2021. Bedrijven kwamen voor deze maatregel in aanmerking wanneer zeop 18 maart 2020 niet in staking van betalingwaren, en wanneer zevanwege de lockdown hun deuren verplicht dienden te sluiten.

  • Voordelen faillissementsstop

 

Het voordeel lijkt ons duidelijk: eentsunami aan faillissementen,die ook toeleveranciers zouden overspoelen, wordt op deze manieruitgesteld. We winnen tijd, en daar draait het in deze crisis rond op alle gebieden. Maar dit is eennoodoplossing, en omwille van dat karakterverre van een structurele maatregel. Op korte termijn mist het zijn effect niet, er werdenin 2020 33%minder faillissementen(7500 ondernemingen in totaal)opgetekend dan het jaar daarvoor.

  • Nadelen faillissementsstop

 

Deverwachtingen voor 2021zijn heel wat minder hoopvol. Het zou kunnen dat het faillissementscijfer voor dit jaarverdriedubbeltin vergelijking met 2020 (een 25 000 faillissementenin totaal) als we de info van Trends Business Information mogen geloven. Graydon maakteen nog pessimistischere voorspelling van 50 000 bedrijvendie overkop zouden kunnen gaan de komende jaren. De faillissementsstop gaf eenvertekend beeldvan de solvabiliteit van onze ondernemingen. Het is niet duidelijk hoe slecht bedrijven er effectief aan toe zijn. Het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) vreest dat zo’n400 000 huidige banen op de hellingstaan.

Het‘natuurlijk’ ondernemingsklimaat werd dus in 2020 serieus overhoop gegooiddoor het moratorium, waardoorzombiebedrijven(‘zieke’ ondernemingen met een negatieve solvabiliteit of die zonder overheidssteun-of bescherming niet overleven)kapitaal en arbeid opslorptendie anders naar gezonde bedrijven en naar innovatie zouden kunnen stromen. Daarnaast konden dezebedrijven verder schulden opbouwen, zonder dat schuldeisers hier ooit voor zullen worden vergoed. Wij ontvingen het afgelopen jaar heel wat dossiers van bedrijven die bestellingen plaatsten tijdens de moeilijke periode, goed wetende dat ze de factuur niet zouden kunnen betalen. Schuldeisers komen zo ook in moeilijkheden.

De faillissementsstop wierp een dam op tegen de tsunami aan bedrijven die dreigden overkop te gaan. Maar als er geen structureel plan wordt uitgewerkt om zieke bedrijven terug op het droge te trekken, dan zullen dus gezonde bedrijven onverbiddelijk  mee in de negatieve spiraal worden getrokken. Hans Degryse, hoogleraar economie en financiën aan de KUL, verwoordde de problematiek als volgt aanTrends: “Je moetcreatieve destructie toelaten om het ondernemerschap te stimuleren”. Het kaf dus van het koren scheiden. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan; er kan niet gewoon gekeken worden naar het verleden om te beslissen waar de breuklijn zal getrokken worden. Sommige sectoren zijn een stuk harder getroffen dan andere, en bedrijven die voor de lockdown perfect gezond waren, zijn dat nu verre van, of net omgekeerd.

Om die broodnodige langetermijnvisie uit te werken, moet de overheid  evenzeer haar steunbeleid in vraag stellen en kijken naar haar investeringen zoals een bedrijf dat hoort te doen. Hans Degryse stelt daarrond een interessante vraag: “Is voor hetzelfde geld geen grote return mogelijk?” Er is durf en visie nodig om de stekker uit bedrijven in moeilijkheden te trekken, om zo meer middelen ter beschikking te kunnen stellen voor bedrijven met potentieel.

  • Einde faillissementstop

 

De faillissementsstop kon dus nooit meer zijn dan een tijdelijke oplossing, en zijzal niet verlengd worden. De vragen van Hans Degryse stimuleren ons om te zoeken naar een versterking van de solvabiliteit, in plaats van steun op korte termijn. Een vervolg aan de faillissementstop breien lijkt daarom inderdaad niet de aangewezen weg. Danny Van Assche van Unizo is het daar echter niet mee eens: “Het zou volstrekt onrechtvaardig zijn om bedrijven bloot te stellen aan een faillissement zolang het hen wettelijk wordt verboden om de noodzakelijke omzet te genereren waarmee ze zich uit het dal zouden kunnen werken”.

Men kan zich inderdaad de vraag stellen of het einde van de faillissementsstop op het ‘juiste’ moment komt. Ons inziens is er echter geen andere mogelijkheid dan te verschuiven naar die noodzakelijke herstructurering. De overheid heeft eenvervolgoplossinguitgewerkt, maar deze geeft helaas weinig blijk van de inzichten van Hans Degryse. In de plaats van het moratorium op faillissementen komt een ‘herlanceringsprocedure’, met als grootste ‘troef’ eensoepelere toegang tot de procedure voor gerechtelijke bescherming.

Gerechtelijke reorganisatie (of Wet op de Continuïteit van de Onderneming)

 

DeWetop de Continuïteit van de Ondernemingis er gekomen in 2009 en doorheen de jaren enkele keren aangepast. Schuldenaars die beroep (mogen) doen op deze wet, wordenvoor een bepaalde periode beschermd van schuldeisers. Gedurende die periode is het de bedoeling eenplanop te stellen om de schuldeisers (gedeeltelijk) terug te betalen.

De overheid wil de toegang tot de procedure soepeler maken doorenkele formaliteiten te vergemakkelijkenen hetwerk van de accountantdie wordtaangesteld niet vooraf maar tijdens de uitvoering van het plan te vergoeden.

 

  • Voordelen gerechtelijke reorganisatie

 

Wij begrijpen als incassopartner hetnut van een buitengerechtelijk aflossingsplan. Uiteraard is deze procedure ookbeter dan een faillissement; bij een faillissement ziet de schuldeiser doorgaans zijn vordering in rook opgaan. Onze ervaring leert ons dat in enkele gevallen er effectiefnog een deel van de vordering gerecupereerdkan worden en het bedrijf in moeilijkheden uiteindelijk gevrijwaard wordt van faillissement.

  • Nadelen gerechtelijke reorganisatie

De nadelen worden ons inziensdoorgeschoven naar de schuldeiser. Net zoals bij een faillissement, krijgt deze het risico en de kost gepresenteerd. Standaard schuldeisers zijn doorgaans niet bevoorrecht(in tegenstelling tot bvb. overheidsinstanties) en schuiven dus achteraan in de rij aan. Daarnaast wordt het leveranciersverplicht te blijven leveren aan bedrijven in WCO, ook al zijn oude facturen onbetaald gebleven. Men mag wel vragen de nieuwe leveringen contant te betalen. Ook sleept deze procedure vaak lang aan.

Deze procedure werd al door Graydon omschreven als “dikwijls eente late reddingsboeivoor vaak zwaar zieke ondernemingen”. Als ook de overheid dit als reddingsboei voor de bedrijven in financiële moeilijkheden ziet na opheffing van het moratorium, houden wij ons hart al vast. Ook minister van Justitie Vincent Van Quickenborne laat, nochtans in zijn promotie van deze aangepaste maatregel, het volgende weten: “In de loop der jaren is dezeprocedure erg streng geworden om misbruiken te voorkomen. Omdat we in een noodsituatie zitten, worden de voorwaarden nu versoepeld”. Dat statement geeft ook niet bepaald vertrouwen.

Er zit daarnaast eengat tussen het einde van het moratorium en de nieuwe aangepaste wetgeving, die nog moet goedgekeurd worden en waarschijnlijk pas in maart van kracht wordt. Bovendien is niet duidelijk hoeveel bedrijven men op deze manier van faillissement probeert te redden.

De aangepaste procedure zal ook voorzien in demogelijkheid tot een voorbereidend akkoord buiten de rechtbank, zodat er al in stilte kan gezocht worden naar een akkoord met de betreffende schuldeisers vooraleer er in het BS wordt gepubliceerd dat men onder gerechtelijk toezicht staat. Minister Van Quickenborne zegt hierover het volgende: “Vaak is die openbaarheid het sein voor betrokkenen om de handen van een bedrijf af te trekken. Dat willen we vermijden.” Gevaarlijk dus voor toekomstige schuldeisers.

Conclusie

 

We benijden de overheid niet in deze moeilijke evenwichtsoefening. Maar voor een gezond post-covid economisch landschap dienen volgens ons meer (gedurfde) verschuivingen te gebeuren dan wat de herlanceringsprocedure nu naar voren schuift. Het is op zich nobel om de zwaksten te beschermen, maar we mogen niet vergeten dat we de sterke en innoverende bedrijven nodig hebben om voldoende jobs en een stabielere toekomst te verzekeren. In de tussentijd blijven werknemers maar ook bedrijfsleiders geblokkeerd in een economische toestand die niet zal beteren. Zij dienen te worden gestimuleerd naar een gepastere herstart.

Schulden blijven ondertussen ook aanzwellen, waarbij het nog belangrijker is geworden om onbetaalde facturen niet te laten liggen. Schakel sneller hulp in wanneer u als schuldeiser merkt dat facturen niet betaald worden. Een buitengerechtelijke oplossing is ons inziens doorgaans de beste uitkomst, zoals ook minister van Vincent Van Quickenborne aanhaalde. Echter lijkt het ons ook geen goed idee om te wachten tot de debiteur in kwestie een WCO-aanvraag indient.

Denk je na het lezen vandit artikeldat een incassobureau ook voor jou een oplossing zou kunnen zijn, aarzel dan niet om ons te contacterenTCM Belgium heeft namelijk al 25 jaar ervaring op de teller in het innen van facturen, en dankzij het incassonetwerk TCM Group kunnen wij oplossingen aanbieden in meer dan 100 landen.

 

 

Bronnen

 


bankruptcy

In België bestaat er een heel arsenaal aan procedures ombedrijven met schuldentereddenvan hun ondergang, en dat kunnen we op eerste zicht enkel toejuichen. Onze ervaring als incassopartner leert ons echter dat de doorsnee schuldeiser vaak pas als laatste in de rij mag aanschuiven wanneer het op terugbetalingen aankomt. De overheid is in deze procedures een bevoorrechte schuldeiser, zodat zij geen risico neemt en eerder de rekening lijkt door te schuiven naar de andere schuldeisers. Wij nemen in dit artikel enkele (recente) aangepaste procedures onder de loep die door corona zeer actueel zijn:het moratorium op faillissementen, en deprocedure voor gerechtelijke bescherming (WCO).

Het moratorium op faillissementen

 

De wereldwijde coronacrisis liet in maart 2020 ook het hele Belgische bedrijfsleven op haar grondvesten daveren. De lockdown betekende voor veel bedrijven een gedwongen sluiting van onbepaalde duur. Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk bedrijven en particulieren deze crisis zonder al te grote kleerscheuren zouden overleven, nam onze overheid enkele maatregelen.

Denk aan de technische werkloosheid, financiële steun voor bedrijven die vanwege de lockdown hun inkomen zagen slinken, betalingsuitstel voor btw-aangiften, sociale bijdragen en bedrijfsvoorheffing, een soepelere kredietpolitiek, inperking van beslagen, en als sluitstuk de faillissementsstop oftewel hetmoratorium op faillissementen(KB nr. 15: tijdelijke opschorting ten voordele van ondernemingen van uitvoeringsmaatregelen en andere maatregelen gedurende de COVID-19 crisis).

 

Op 24 april 2020 ging de opschorting bij Koninklijk Besluit in. De maatregel zou initieel lopen tot en met 17 mei 2020, maar werd in de eerste fase met 1 maand verlengd tot 17 juni 2020. Tijdens de tweede lockdown werd deze ingreep gereanimeerd tot en met afgelopen week 31 januari 2021. Bedrijven kwamen voor deze maatregel in aanmerking wanneer zeop 18 maart 2020 niet in staking van betalingwaren, en wanneer zevanwege de lockdown hun deuren verplicht dienden te sluiten.

  • Voordelen faillissementsstop

 

Het voordeel lijkt ons duidelijk: eentsunami aan faillissementen,die ook toeleveranciers zouden overspoelen, wordt op deze manieruitgesteld. We winnen tijd, en daar draait het in deze crisis rond op alle gebieden. Maar dit is eennoodoplossing, en omwille van dat karakterverre van een structurele maatregel. Op korte termijn mist het zijn effect niet, er werdenin 2020 33%minder faillissementen(7500 ondernemingen in totaal)opgetekend dan het jaar daarvoor.

  • Nadelen faillissementsstop

 

Deverwachtingen voor 2021zijn heel wat minder hoopvol. Het zou kunnen dat het faillissementscijfer voor dit jaarverdriedubbeltin vergelijking met 2020 (een 25 000 faillissementenin totaal) als we de info van Trends Business Information mogen geloven. Graydon maakteen nog pessimistischere voorspelling van 50 000 bedrijvendie overkop zouden kunnen gaan de komende jaren. De faillissementsstop gaf eenvertekend beeldvan de solvabiliteit van onze ondernemingen. Het is niet duidelijk hoe slecht bedrijven er effectief aan toe zijn. Het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen) vreest dat zo’n400 000 huidige banen op de hellingstaan.

Het‘natuurlijk’ ondernemingsklimaat werd dus in 2020 serieus overhoop gegooiddoor het moratorium, waardoorzombiebedrijven(‘zieke’ ondernemingen met een negatieve solvabiliteit of die zonder overheidssteun-of bescherming niet overleven)kapitaal en arbeid opslorptendie anders naar gezonde bedrijven en naar innovatie zouden kunnen stromen. Daarnaast konden dezebedrijven verder schulden opbouwen, zonder dat schuldeisers hier ooit voor zullen worden vergoed. Wij ontvingen het afgelopen jaar heel wat dossiers van bedrijven die bestellingen plaatsten tijdens de moeilijke periode, goed wetende dat ze de factuur niet zouden kunnen betalen. Schuldeisers komen zo ook in moeilijkheden.

De faillissementsstop wierp een dam op tegen de tsunami aan bedrijven die dreigden overkop te gaan. Maar als er geen structureel plan wordt uitgewerkt om zieke bedrijven terug op het droge te trekken, dan zullen dus gezonde bedrijven onverbiddelijk  mee in de negatieve spiraal worden getrokken. Hans Degryse, hoogleraar economie en financiën aan de KUL, verwoordde de problematiek als volgt aanTrends: “Je moetcreatieve destructie toelaten om het ondernemerschap te stimuleren”. Het kaf dus van het koren scheiden. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan; er kan niet gewoon gekeken worden naar het verleden om te beslissen waar de breuklijn zal getrokken worden. Sommige sectoren zijn een stuk harder getroffen dan andere, en bedrijven die voor de lockdown perfect gezond waren, zijn dat nu verre van, of net omgekeerd.

Om die broodnodige langetermijnvisie uit te werken, moet de overheid  evenzeer haar steunbeleid in vraag stellen en kijken naar haar investeringen zoals een bedrijf dat hoort te doen. Hans Degryse stelt daarrond een interessante vraag: “Is voor hetzelfde geld geen grote return mogelijk?” Er is durf en visie nodig om de stekker uit bedrijven in moeilijkheden te trekken, om zo meer middelen ter beschikking te kunnen stellen voor bedrijven met potentieel.

  • Einde faillissementstop

 

De faillissementsstop kon dus nooit meer zijn dan een tijdelijke oplossing, en zijzal niet verlengd worden. De vragen van Hans Degryse stimuleren ons om te zoeken naar een versterking van de solvabiliteit, in plaats van steun op korte termijn. Een vervolg aan de faillissementstop breien lijkt daarom inderdaad niet de aangewezen weg. Danny Van Assche van Unizo is het daar echter niet mee eens: “Het zou volstrekt onrechtvaardig zijn om bedrijven bloot te stellen aan een faillissement zolang het hen wettelijk wordt verboden om de noodzakelijke omzet te genereren waarmee ze zich uit het dal zouden kunnen werken”.

Men kan zich inderdaad de vraag stellen of het einde van de faillissementsstop op het ‘juiste’ moment komt. Ons inziens is er echter geen andere mogelijkheid dan te verschuiven naar die noodzakelijke herstructurering. De overheid heeft eenvervolgoplossinguitgewerkt, maar deze geeft helaas weinig blijk van de inzichten van Hans Degryse. In de plaats van het moratorium op faillissementen komt een ‘herlanceringsprocedure’, met als grootste ‘troef’ eensoepelere toegang tot de procedure voor gerechtelijke bescherming.

Gerechtelijke reorganisatie (of Wet op de Continuïteit van de Onderneming)

 

DeWetop de Continuïteit van de Ondernemingis er gekomen in 2009 en doorheen de jaren enkele keren aangepast. Schuldenaars die beroep (mogen) doen op deze wet, wordenvoor een bepaalde periode beschermd van schuldeisers. Gedurende die periode is het de bedoeling eenplanop te stellen om de schuldeisers (gedeeltelijk) terug te betalen.

De overheid wil de toegang tot de procedure soepeler maken doorenkele formaliteiten te vergemakkelijkenen hetwerk van de accountantdie wordtaangesteld niet vooraf maar tijdens de uitvoering van het plan te vergoeden.

 

  • Voordelen gerechtelijke reorganisatie

 

Wij begrijpen als incassopartner hetnut van een buitengerechtelijk aflossingsplan. Uiteraard is deze procedure ookbeter dan een faillissement; bij een faillissement ziet de schuldeiser doorgaans zijn vordering in rook opgaan. Onze ervaring leert ons dat in enkele gevallen er effectiefnog een deel van de vordering gerecupereerdkan worden en het bedrijf in moeilijkheden uiteindelijk gevrijwaard wordt van faillissement.

  • Nadelen gerechtelijke reorganisatie

De nadelen worden ons inziensdoorgeschoven naar de schuldeiser. Net zoals bij een faillissement, krijgt deze het risico en de kost gepresenteerd. Standaard schuldeisers zijn doorgaans niet bevoorrecht(in tegenstelling tot bvb. overheidsinstanties) en schuiven dus achteraan in de rij aan. Daarnaast wordt het leveranciersverplicht te blijven leveren aan bedrijven in WCO, ook al zijn oude facturen onbetaald gebleven. Men mag wel vragen de nieuwe leveringen contant te betalen. Ook sleept deze procedure vaak lang aan.

Deze procedure werd al door Graydon omschreven als “dikwijls eente late reddingsboeivoor vaak zwaar zieke ondernemingen”. Als ook de overheid dit als reddingsboei voor de bedrijven in financiële moeilijkheden ziet na opheffing van het moratorium, houden wij ons hart al vast. Ook minister van Justitie Vincent Van Quickenborne laat, nochtans in zijn promotie van deze aangepaste maatregel, het volgende weten: “In de loop der jaren is dezeprocedure erg streng geworden om misbruiken te voorkomen. Omdat we in een noodsituatie zitten, worden de voorwaarden nu versoepeld”. Dat statement geeft ook niet bepaald vertrouwen.

Er zit daarnaast eengat tussen het einde van het moratorium en de nieuwe aangepaste wetgeving, die nog moet goedgekeurd worden en waarschijnlijk pas in maart van kracht wordt. Bovendien is niet duidelijk hoeveel bedrijven men op deze manier van faillissement probeert te redden.

De aangepaste procedure zal ook voorzien in demogelijkheid tot een voorbereidend akkoord buiten de rechtbank, zodat er al in stilte kan gezocht worden naar een akkoord met de betreffende schuldeisers vooraleer er in het BS wordt gepubliceerd dat men onder gerechtelijk toezicht staat. Minister Van Quickenborne zegt hierover het volgende: “Vaak is die openbaarheid het sein voor betrokkenen om de handen van een bedrijf af te trekken. Dat willen we vermijden.” Gevaarlijk dus voor toekomstige schuldeisers.

Conclusie

 

We benijden de overheid niet in deze moeilijke evenwichtsoefening. Maar voor een gezond post-covid economisch landschap dienen volgens ons meer (gedurfde) verschuivingen te gebeuren dan wat de herlanceringsprocedure nu naar voren schuift. Het is op zich nobel om de zwaksten te beschermen, maar we mogen niet vergeten dat we de sterke en innoverende bedrijven nodig hebben om voldoende jobs en een stabielere toekomst te verzekeren. In de tussentijd blijven werknemers maar ook bedrijfsleiders geblokkeerd in een economische toestand die niet zal beteren. Zij dienen te worden gestimuleerd naar een gepastere herstart.

Schulden blijven ondertussen ook aanzwellen, waarbij het nog belangrijker is geworden om onbetaalde facturen niet te laten liggen. Schakel sneller hulp in wanneer u als schuldeiser merkt dat facturen niet betaald worden. Een buitengerechtelijke oplossing is ons inziens doorgaans de beste uitkomst, zoals ook minister van Vincent Van Quickenborne aanhaalde. Echter lijkt het ons ook geen goed idee om te wachten tot de debiteur in kwestie een WCO-aanvraag indient.

Denk je na het lezen vandit artikeldat een incassobureau ook voor jou een oplossing zou kunnen zijn, aarzel dan niet om ons te contacterenTCM Belgium heeft namelijk al 25 jaar ervaring op de teller in het innen van facturen, en dankzij het incassonetwerk TCM Group kunnen wij oplossingen aanbieden in meer dan 100 landen.

 

 

Bronnen

 


Our Partners

We are recommended by the following Belgian business federations